Koppelingen:
Vorig artikel: DOORSLENTEREN II Volgend artikel: DOORSLIBBEREN

DOORSLEPEN

Woordsoort: bnw.

Modern lemma: doorslepen

bnw. Gevormd als verl. deelw. bij een overigens niet voorkomend ww. doorslijpen, op het voorbeeld van woorden als doorkneed en doortrapt.
+ In allen deele geslepen, zeer geslepen.
Afl. Doorslepenheid (”Anderen gebruiken alle hun geleerdheid, en al de doorslepenheid van hun geest en verbeeldingskragt, om die bewyzen te ontzenuwen”, V. EFFEN, Spect. 3, 5 [1732]; (Hij) ”heeft niet veel verstand, maar eene groote mate van slimheid en doorslepenheid. Er gebeurd niets, of hij vraagt zich terstond: kan ik hiermede eenig voordeel doen?” V.D. PALM, Sal. 5, 62 [1811]).
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1912.