Koppelingen:
Vorig artikel: KAPITAAL I Volgend artikel: KAPITAAL III

KAPITAALII

Woordsoort: znw.(v.)

Modern lemma: kapitaal

znw. vr. Naar fra. capitale (verg. ook gelijkbet. eng. capital).
Term in de vestingbouwkunde. De naam voor de denkbeeldige lijn welke den uitspringenden hoek van een werk middendoor deelt (LANDOLT 1, 292 [1861]).
De Keel 12 Roeden, Flanc 10 Roeden, Capitaal 23 Roeden, Gordyn 36 Roeden,   MELDER, Fortific. 3.
De lengte van de Capitaal,   31.
De Keel, Flanc, en Capitaal … van een Velt-schans,   Ald.
De capitael van 't halve Bastion,   V. COEHOORN, Versterck. 25 [1682].
Capitaal- of Hooft-Linie, Linea Capitalis, La Capitale, heet de rechte Linie, welke uit den Polygon-Hoek in den Bolwerks-Hoek getrokken word,   STAMMETZ-LA BORDUS, Wisk. Wdb. 90 b [1740].
Bij elken uitspringenden hoek wordt de lijn … die den hoek midden door deelt, de kapitaal genoemd,   V. KERKWIJK, Versterkingskunst 41.
Aldaar (bij de redan) is de kapitaal 44 à 55 en de keel 60 à 80 el,   STAMMETZ-LA BORDUS, Wisk. Wdb. 90 b [1740].
De lijn die den bastionshoek midden door deelt noemt men de kapitaal,   43.
Bij de vieren vijfhoekige sterreschans zullen de kapitalen in 't geheel niet verdedigd worden,   49.
In deze linie (t.w. de gebastionneerde linie) zijn de grachten door het vuur der flanken verdedigd; doch op de kapitalen heeft de vijand geen ander geweervuur door te staan dan dat der flanken,   62.
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1920.