Koppelingen:
Vorig artikel: MUESLI Volgend artikel: MUFFELEN
Etymologie: EWN

MUF

Woordsoort: bnw.

Modern lemma: muf

bnw. Bij KIL. vertaald met mucidus, redolens situm. Verg. MAF (I).
+1.  Met betrekking tot den reuk en soms ook tot den smaak. Onfrisch, eenigszins bedorven.
Ik zal … het vlees … zoo onsmaakelijk, muf, vies en ongezouten opdissen, dat enz.,   Gew. Weuwen. 1, 55 [1709].
Een muffe en bitterachtige smaak … duidt (aan), dat de room niet goed is,   BERKHEY, N.H. 9, 345 [1811].
2.  Inzonderheid van plaatsen waar de lucht onfrisch, bang, min of meer stinkend en bedorven is.
De dappersten verlangen Te sterven, niet in 't muffe bedt, Maer op 't altaer van eere,   VONDEL 9, 713 [1663].
Nu 't vee den muffen stal verlaet, … In 't nieuwe gras te bruiloft gaet,   DE DECKER 1, 344 [1659]
 (zie ook OVERDORP-POST, Het Land 119; HELMERS, Ged. 2, 26).
Dat men de kinderen … verstikt in vogtige muffe warme vertrekken,   WOLFF en DEKEN, Blank. 3, 218 [1789].
Dat hij het ”rustige land” voor de ”muffe stad” wou verlaten,   V. LENNEP, K. Zev. 1, 253 [1865].
In een muffe kast,   3, 74.
Oud en slecht onderhouden als kwamen ze (zekere meubels) uit een muffen uitdragerswinkel,   KNEPPELH. 10, 72 [1863].
De muffe kazerne,   V. BEERS, Rijz. Bl. 72 [1881].
De muffe benauwdheid hunner onzindelijke, kleine kamertjes,   COUPERUS, E. Vere 3, 119 [1889].
3.  Ook met betrekking tot het leven van geest en gemoed.
Waerom … Moet ick in muff verdriet om sweven?   CAMPHUYZEN, Ps. 43, 2 [c. 1626].
Die donkere, vochtige zaal geeft maar muffe en sombere denkbeelden,   BOSB.-TOUSS., Maj. Frans 95.
Den ongezonden, muffen reuk van haar vroegere denkbeelden,   COUPERUS, E. Vere 2, 102 [1889].
Dat hij in een toestand van muffe versaaiing zou vervallen zijn,   ROBBERS, A. de Boogh 46.
4.  Ook van personen, vooral met betrekking tot hun geest. Onfrisch, suf.
Ick mach dus suf, dus muf, t'huys niet hanghen over den haert,   COSTER 524 [1613].
R. Werpt de Vlamingen niet wegh, mijn Joncker. … J. Baste, al stillekens, ick hees ghenoegh van die muffe miskienen Retrosynen,   BREDERO 2, 160 [1617].
Multatuli … heeft … een allemans-auteur-schap veroorzaakt, een schare van muffe denkers en vale schrijvers in het leven geroepen,   V. DEYSSEL, Verz. Opst. 2, 146.
Afl. Mufachtig (”Het heeft eenen … mufachtighen smaeck, als noch zuyr, noch amper, noch Wijnachtich”, Koockb. 12 [1599])
mufheid, ook in den zin van: geesteloosheid, slaperigheid (”Wat doodsche stilte, wat oûbakkenheid, wat mufheid in de huizen” (t.w. te Mechelen), ROOSES, O. en N. Kunst 2, 213)
muffig (”Er hing een onbestemde geur, een menging van geuren, muffig, bedompt”, ROBBERS, B. Bandt 103; ook van personen (”Domme grootmoeders en oude muffige Tantes”, WOLFF en DEKEN, Wildsch. 2, 14 [1793]).
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1908.