Koppelingen:
Vorig artikel: ONWAAKZAAMHEID Volgend artikel: ONWAARACHTIG
GTB Woordenboeken: MNW

ONWAAR

Woordsoort: bnw.

Modern lemma: onwaar

bnw. Van Waar met On-.
+1.  Van een oordeel, eene bewering, een verhaal: niet waar.
Het is … onwaar, dat … het belijden der Euangelische leer, waare Christenen maakt,   WOLFF en DEKEN, Wildsch. 1, 30 [1793].
De berichten mogen waar of onwaar zijn,   CONSC. 1, 263 b [ed. 1867].
Het is over het algemeen volstrekt onwaar, dat de ontluistering van den Christus der overlevering … voortgekomen zou zijn uit een gevoel van vijandschap,   BUSKEN HUET, Fant. 3, 195.
'k Heb ook niet beleden dat het oordeel van vroeger was ten eenemale onwaar, uit de lucht gegrepen,   DE GÉNESTET 2, 315 [1857].
+2.  Niet datgene zijnde wat het voorkomen te kennen geeft.
3.  In vrijer gebruik: eene onware, onjuiste voorstelling gevende.
Hunne schitterende kleur (t.w. van zekere figuren) is te onwaar,   ROOSES, Antw. Schildersch. 162.
Afl. Onwaarheid (zie ald.).
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1892.