Koppelingen:
Aanvulling
Vorig artikel: OVEN Volgend artikel: OVERAANGENAAM
Etymologie: EWA, EWN
GTB Woordenboeken: MNW, MNW

OVER

Woordsoort: vz., bw.

Modern lemma: over

voorz. en bijw. Mnl. over. Overeenkomstige vormen (deels met ”umlaut”) vindt men in alle Germ. talen; verg. onfr. over, ovir; ofri. ovir, over; os. oar, over, mnd. over; ohd. obar, ubar, ubir, mhd. uber, über, hd. ober-, über; ags. ofer, eng. over; got. ufar; on. yfer; zw. öfver; de. over. Voorts: lat. super; gr. πρ; skr. upári; enz. Het woord is verwant met Op, en met een ander suffix gevormd van hetzelfde grondwoord waarvan Boven (b-oven) komt.
In overeenstemming met zijn oorsprong geeft Over eigenlijk te kennen dat iets zich aan den bovenkant (van een persoon of zaak) bevindt, hetzij in rust of in beweging; uit dit begrip laten zich de figuurlijke en oneigenlijke beteekenissen gereedelijk verklaren.
Meermalen wordt het begrip van Over versterkt door het bijw. Heen dat achter het door Over geregeerde woord geplaatst wordt; dit kan in de meeste toepassingen van Over geschieden, gelijk uit de aanhalingen blijkt.
Hoewel Over oorspronkelijk zeker een bijw. is geweest, wordt het hier, evenals bij Boven en Onder is geschied, in de eerste plaats als voorz. beschouwd.
Aanm. 1. Wanneer Over voorkomt achter de adverbia hier, daar, er, waar, ergens, nergens en overal, dan is Over ook zelf een bijwoord. Dergelijke uitdrukkingen hebben echter de waarde van een voorzetsel met een znw. of vnw., en daarom zijn de voorbeelden er van onder Over, voorzetsel, opgenomen.
Aanm. 2. Naast Over wordt dikwijls het versterkte over en over gebruikt, bepaaldelijk in Z.-Nederl.
+I.  Voorzetsel.
+II.  Bijwoord.
+III.  Afl., Samenst., Samenst. afl. en Koppel.

Aanvulling bij OVER

Samenst. en kopp. Overaccentueeren, een te zwaren nadruk leggen op; (fig.) te veel belang hechten aan.
Een van die visies op de ontwikkeling van onze samenleving, die waarschuwen voor het overaccentueren van bepaalde aspecten van het leven,   N. Rott. Cour. 7 Aug. 1959, 4.
Vandaar: overaccentueering.
Overaccentuering, het leggen van een te zware nadruk op, inz. fig.,   V. DALE [1976].
— Een overaccentuering van het rationele moet te een of andere tijd en op een of andere wijze compensatie zoeken in ontladingen van irrationele aard,   BANNING, Maatschappij-probl. 210 [1955].
In het programma van Teleac lijkt mij het gevaar van een zekere over-accentuering van het `kennis-element' niet geheel denkbeeldig,   O.K.W. Med. 28, 574 a [1964].
Overbeklemtoning, hetz. als -accentueering.
Zóó weinig aanknoopingspunten vindt men … voor een verklaring van de eucharistische omzetting van uit het blijven der bijkomstigheden, dat men integendeel teksten aantreft, die bij overbeklemtooning … zouden kunnen doen denken aan een gemeenschappelijk zelfstandig beginsel, dat gelijk blijft in de termen der verandering,   MALTHA in Studia eucharistica 69 [1946].
Overbelasting.
1°. Te groote werk-, prestatiedruk.
  V. DALE [1950 ].
— Bij navraag bleek, dat de oorzaak van deze onaangename legerorder gezocht moest worden in de overbelasting der spoorwegen op Zaterdag en Zondag,   DE JONG, F. v. W. 171 [1928].
Helaas komt het zeer veel voor, dat mensen het opgeven door overbelasting en overspanning,   Syllabus R.V.U. 25 Aug. 1955, 4 a.
2°. (Electr.) Belasting van een leiding met een grootere spanning dan waartoe ze is uitgerust.
In het onderstation Den Haag Loolaan zijn nog opgesteld 2 motorgeneratoren, elk van 1000 kW. vermogen …; gedurende 5 min. zijn zij in staat een vermogen van 3000 kW. te leveren, dus met een overbelasting van 200 % te werken,   Spoorwegtechn. 3, 459 [1937].
Een thermisch relais (is) de inrichting, die bij een maximum-schakelaar met afhankelijke tijdsvertraging, bijv. een motorbeveiligingsschakelaar, de schakelaar bij overbelasting tot uitschakeling brengt,   Bouwk. Encyclop. 2, 497 a [1955].
3°. (Werktuigk.) Te groote belasting door op iets inwerkend(e) gewicht of energie.
Overbelasting van de kleppen,   BOUWENSCH, Mil. Wdb. 342 [1906].
De verticale scheuren in de schachten der kolommen duidden dan ook op een ontoelaatbare overbelasting,   V.D. KLOOT MEIJB., N. Kerk 186 [1941].
Deze ramp ontstond als een gevolg van overbelasting van ”vermoeid” materiaal,   N. Rott. Cour. 21 Aug. 1958, 7.
Overbelicht, (phot.) te lang belicht.
Als een plaat overbelicht is, bemerkt men dit dadelijk door het optreden van een gelijkmatig grijze tint, waarin bijna geen beeld te bespeuren is,   ROMBOUTS, Fot. 247 [1902].
Een enkel overbelicht negatief zou dan misschien wat langer ontwikkeld moeten zijn, omdat we uit dat voorbeeld hebben gezien, dat: langere ontwikkeling bij lang belichte platen en films, een beter resultaat geeft,   BOER, Fotoboek 144 [1943].
Overbelichting.
1°. (Phot.) Het te lang belichten.
  V. DALE [1950 ].
— Maakte men … van een schilderij een negatief op de gewone wijze, zoo zou het roode deel van het spectrum nagenoeg niet hebben ingewerkt op de gevoelige plaat in denzelfden tijd, dat het blauwe deel reeds overbelichting zou hebben gehad,   V. HUFFEL, Graph. Werkw. 85 [1926].
Vermoedt men overbelichting of merkt men, gedurende het ontwikkelen, dat de plaat overbelicht is, doordat de eerste beeldsporen zeer vlug verschijnen, dan wordt de plaat met den plaathouder even uit den bak genomen,   BOER, Fotoboek 145 [1943].
2°. (Fig.) Het te veel aandacht besteden aan (iets).
Is de overbelichting van een ambtelijke fout op zich ook weer niet onrechtvaardig?   Buskruid Juni 1958, 1 a.
Overbevissching.
Overbevissing, het vangen van meer vis uit zeker visgebied dan verantwoord is voor het behoud van de visstand,   V. DALE [1976].
— Er is reeds sprake van overbevissing van de Noordzee, die binnenkort fatale gevolgen zou kunnen hebben voor het visserijbedrijf voor alle landen, die op de Noordzee vissen,   N. Rott. Cour. 10 Febr. 1949, 5.
Zowel in de jaren 1908-1913 als in de periode 1930-1939 bestond een toestand van overbevissing,   MEIJER, Zeeviss. 71 [1949].
Overbeweiden.
Overbeweiden, te sterk beweiden, zodat het gras geen gelegenheid heeft om bij te groeien,   V. DALE [1976].
— Er mag niet worden overbeweid, niet te frequent worden gebrand,   O.K.W. Med. 28, 465 b [1964].
Grote delen van het reservaat zijn al overbeweid,   Artis 12, 78 b [1966].
Vandaar: overbeweiding.
  V. DALE [1976].
— Het vee moest worden geweid op andere, meestal armere weiden, hetgeen tot overbeweiding en vernietiging van de graszode daarvan leidde,   Hout in alle T. 4, 152 [1952].
Op vele plaatsen doen zich de laatste jaren tekenen van overbeweiding voor,   O.K.W. Med. 28, 465 b [1964].
Overbewust.
1°. Zeer wel bekend met wat in de bep. wordt genoemd. Veroud.
De belangens aan de Vorstelyke Hoven, waarvan UWelEd. de regeeringsform overbewust zynde, ook de bevestigde harmonie tusschen byde vorsten niet onbekend is,   in DE JONGE, Opk. 11, 167 [1771].
2°. Zich overmatig sterk bewust zijnde, rekenschap gevend van datgene waarmee men bezig is en daardoor een te afstandelijke, beredeneerde houding aannemend.
  V. DALE [1976].
— Valéry's poëzie is in laatste instantie onvruchtbaar, niet omdat ze intellectualistisch, overbewust, geconstrueerd zou zijn …, maar omdat ze niets meer te wenschen overlaat,   VESTDIJK, Lier en Lancet 180 [1933].
Genoeg, om weer eens den overbewusten toon van dezen dichter te hooren, de hinderende pedanterie van de uitroepen, de berekening van de geforceerde beeldspraak, de zelfgeschapen onrust van het valsche anthropomorphisme,   WESTERLINCK, Geh. d. Poëzie 320 [1946].
Vandaar: overbewustheid, het overbewust (2°) zijn.
Als grondtrekken van zijn actie vindt men onmiddellijke overbewustheid van eigen vermogens, genoegen in eigen ijdelheid en wreedheid, lust in uitbuiting van een eenmaal als geslaagd waargenomen gebaar,   TER BRAAK, Cinema militans 82 [1929].
Overbezet.
Overbezet, meer dan volledig bezet, overvol,   V. DALE [1976].
— Een midden- of eigenlijke markt-gedeelte, dat tijdens de jaarlijksche Vrij-markt overbezet was … met uitstallingen in allerlei vorm en wijze,   Gron. Volksalm. 1914, 156.
De middelbare scholen kunnen de aanvragen niet verwerken, zijn overbezet met leerlingen of onderbezet met leerkrachten,   O.K.W. Med. 25, 534 b [1961].
Overbezetting.
Overbezetting, te grote bezetting,   V. DALE [1976].
— Stampvolle treinen en uitpuilende trams waren tijdens de bezetting … een normaal verschijnsel. Deze overbezetting, waardoor velen dikwijls gedurende lange tijd moesten staan, werd nog onaangenamer door de bedorven atmosfeer in de volgepakte rijtuigen,   Onderdr. en Verzet 2, 679 [1950].
Er bestaat een overbezetting van de Mechelse winkelstand, duidelijk kenbaar aan de z.g. branchevervaging,   Syllabus R.V.U. 31 Maart 1955, 4 a.
Overbezorgd.
Overbezorgd, al te bezorgd,   V. DALE [1976].
Vandaar: overbezorgdheid.
De zoete omgang van den mensch met de verhevenste geesteskinderen zijner medemenschen wordt door geen overbezorgdheid voor het dagelijksch brood verstoord,   CLEERDIN, Monnikenleven 89 [1923].
Overborg, (rechtst.) met onduidelijke bet.
Dat hy verweerder twee boomgaerden van hem, eysscher, drie jaeren achtereen, elcke jaer voor XXII karolusguldens ende XV stuivers gehuyrt heeft …, welcke jaer ingaen soude Petri ad Cathedram lestleden, zulcx hy, eysscher, mede overborch es te verclaeren geschiet te wesen,   Kenningb. Leiden 3, 142 [1566].
Dat hij, verweerder, onthout eenige slot van coep tegens Marytgen voernoemt gedaen, ofte eenige transport van haer ontfangen te hebben, als hy overborch es te verclaren,   Kenningb. Leiden 3, 160 [1567].
Overbouw.
1°. Bouwactiviteit buiten wat in het bestek voorzien was. Veroud.
In eerstgenoemd jaar ontving o.a. Luitje Clasen Buirema voor eikenhout 176 gl., ”wegens een aangenomen bestek” 360 gl. en voor ”overbouw buiten 't bestek” 16,15 gl.,   Ned. Mon. 6, 1, 21 [aangeh. woorden 1783].
2°. (Molenb.) Uitstekend bovenste gedeelte van een standerdmolen.
Het dak van dezen molen is ovaalvormig en springt van onderen aan de achterzijde in z'n geheel enkele d.m. vooruit; deze overbouw over de geheele breedte beschermt tevens het luiwerk,   VISSER e.a., Holl. Molen 1, 36 [1926].
3°. Recht van overbouw, erfdienstbaarheid waarbij de eene eigenaar het recht heeft boven het oppervlak van het andere erf een bouwsel, zooals een balkon, aan te brengen of te renoveeren.
  Bouwk. Encyclop. [1955].
— Zichtbaar zijn die (erfdienstbaarheden) waarvan door een uitwendig teken blijkt, zoals het recht om een deur of een venster te hebben op een plaats waar dit normaal niet toegelaten zou zijn, om over andermans terrein een riool te hebben al zou dit ook in de grond verborgen zijn, het recht van onder- of overbouw en van inbalking,   Bouwk. Encyclop. 1, 404 b [1954].
Overbreng, het overbrengen; transport. Veroud.
Tot overbreng van eenigen rys, cadjang en drooge visch, daaraf het gros tot 69¾ lasten cadjang aan d'Ed. Comp. is geleverd,   in DE JONGE, Opk. 8, 54 [1688].
De vaartuygen van d'Ed. Comp. bestaan eenlyk in de ligter de Somer, dienende ter overbreng van contanten, provisien en andere benoodigdheden voor byde de onderhoorige residenten,   in DE JONGE, Opk. 11, 388 [1779].
Vragt van een schip van 300 ton genoegzaam tot den overbreng van 5000 picol sugar.. Dlls 20000,   in DE JONGE, Opk. 13, 383 [1809].
Overcapaciteit.
Overcapaciteit, te grote capaciteit; bovenscharig deel van de capaciteit,   V. DALE [1976].
— Een bierbrouwerij (N.V.; kapitaal ƒ 3.000.000,—) heeft in de stille maanden een overcapaciteit in haar bedrijf beschikbaar,   V. KETEL, Financ. d. Ondern. 405 [1944].
De capaciteit van de Nederlandsche industrie was … zóó gering, dat van een overcapaciteit geen sprake was,   SWARTTOUW, Textielvoorz. 342 [1947].
En bestaan er geen uitwijkmogelijkheden, bijvoorbeeld door gebruik te maken van de overcapaciteit van de Nederlandse afdeling der Vrije universiteit te Brussel,   N. Rott. Cour. 7 Juli 1966.
Overcompensatie, overmatige compensatie; overdreven reactie op iets ongunstigs.
  V. DALE [1976].
— De tegenzin, door een slot als dat van Sard Harker gaande gemaakt, moet misschien minder door de drakerigheid verklaard worden (deze is immers niet veel anders dan een overcompensatie van den kant van den auteur die zelf ook wel voelde dat het misliep) dan door een onafwendbaarheid, die we allerminst als een plechtig fatum ondergaan,   VESTDIJK, Lier en Lancet 135 [1934].
In zijn Utrechts studentenmilieu, zoals overal elders, uitte zich de puberteitscrisis van de heren in die lawaaierige en uiterlijke vernietiging van het laatste greintje eerbied voor het schone geslacht, de gewone kwajongensachtige overcompensatie van een dodelijke verlegenheid ten opzichte van ieder behoorlijk meisje,   ROOTHAERT, Vlimmen 41 [1936].
Laag geestelijk niveau, sensueel en materialistisch. Bovendien slecht in situatie; onevenwichtig en neurotisch (hystero-neurose). Sterke moederbinding, wordt verstikt door insufficiëntie-gevoelens, maar verdringt alles onder intellectualiserende `culturele' overcompensatie,   GROOTHUYSE, Prost. 40 [1970].
Overcompenseeren.
Overcompenseren, te sterk compenseren; de compensatiegrens overschrijden, waardoor het evenwicht in tegengestelde zin wordt verbroken,   V. DALE [1976].
— Dat zijn geen eufemismen, maar overcompenseerende pogingen om de doodsmacht te neutraliseeren,   G. V.D. LEEUW, Wegen en Grenzen 161 [1948].
Overdading, (rechtst.) overdracht van een zaak naar het gerecht van een andere plaats (?). Sinds lang veroud.
So hadde E. aen genomen de voorsz Citatie aen deselve by overdadinge te versorgen maer want de Burgemeesters en Regeerders van ter Goude, weygeren consent te geven aende Bode aldaer, om de wete te doen, pretexerende dat haere Borgers by overdadinge niet en souden gehouden zijn elders te recht te komen, en dat 'tselve geen fondament en heeft immers niet in het stuck van naestinge, welcken … gedecideert moeten werden voor den Gerechte aldaer 't goet is gelegen,   V. ALPHEN, Papegay 14 [ed. 1658].
Overdoseering, te hooge doseering.
Bij den mens behoeft men voor een overdosering niet bang te zijn, levertraan en zelfs heilbottraan worden niet per liters gedronken,   Praev. Geneesk. 1, 513 [1936].
Drugs die volgens voorschrift (dus niet in overdosering) worden gebruikt,   Elseviers Weekbl. 30 Sept. 1967.
Overhek, (molenb.) van molenwieken: in kruiswijze richting; diagonaal.
Dat ten einde de wieken van den molen, in geval van storm in gelijke mate het geweld van den wind zouden dragen, en de eene wiek dus niet meer te lijden dan de andere, zij in eene kruiswijze rigting X moeten gebragt worden, hetgeen men noemt overhek zetten,   bij BICKER CAARTEN, Molen 153 [1808].
Er kan een halve storm staan over den polder en toch kunnen de wieken overhek staan,   V.D. VET, Roem v. Ridders 29 [1944].
Het ”in 't kruis”, ”overhek” of ”overhoeks” plaatsen van de wieken heeft in enkele streken dezelfde betekenis als de ”komende” wiekstand elders,   BICKER CAARTEN, Molen 123 [1958].
Overkapitalisatie.
Overkapitalisatie, verhoging van het nominale (fictieve) kapitaal van een N.V. boven de werkelijke (intrinsieke) waarde, kapitaalverwatering,   V. DALE [1950 ].
— De groote overkapitalisatie dwingt tot hooge rentebetaling en dies tot sterke energie,   DIEPENHORST, Leerb. Econ. 2, 365 [1935].
Overkapitalisatie kan ook beteekenen, dat voor het kapitaal (in de geldvorm) van een onderneming geen loonend emplooi te vinden is,   V.D. POEL, Econ. Encyclop. 556 [1940].
Overkennelijk, evident; overduidelijk. Veroud.
De billyke redenen van het voorgaende Verzoek zyn overkennelyk, dat de Vryheit en de Bloei dezer Republiek nergens anders zyn oorsprongk heeft uit genomen, dan door het loffelyk bestier van het Doorluchtig Huis van Oranje en Nassau,   Ned. Jaerb. 1750, 1350 [1750].
Deze Artikel is, als overkennelyk, niet relatif tot den Deducent, vermids uit de verklaring der Heeren Bewindhebbers hier sub litt. L. geappliceerd, gebleken is, dat Deducents Vader reeds in den jaare 1740 is overleden,   N. Ned. Jaerb. 1780, 816 [1780].
Overkragen (I) en (II) (zie die woorden).
Overlengte (I), znw., grootere lengte dan vereischt.
Aangaande de overlengte, deselve sal gereekent werden als volgt: by exempel, een Laken lang sijnde 30¼, 30½ en 30¾ ellen, sal doorgaan voor 30 ellen,   Handv. v. Amst. 1350 a [1691].
Hierin worden de verschillende kabels met eenige overlengte ingevoerd,   Spoorwegtechn. 2, 552 [1934].
Men geeft de paal overlengte, zodat het beton van de paalkop kan worden weggehakt met pneumatische beitels en het bloot gekomen wapeningsstaal kan worden verweven met het wapeningsnet van balk of vloer,   Bouwk. Encyclop. 1, 536 b [1954].
Overlengte (II), bijw., overlangs. Sinds lang veroud.
Ick ben gecomen tot het besichtigen van het Eijcken-hout, bevinde daer in mede tweederleij gatgens, als seer groote gatgens, en seer kleijne gatgens, doch op verre na soo dicht niet bij malcanderen, als in het greijnen hout ende in de groote gaten, die ick met verwonderingh aenschoude, en mijn selven vertoonde over dwars, en over lenghte, bevonde ick mede vliesjens,   V. LEEUWENHOEK, Br. 1, 48 [1673].
Overnieuw, (volkst.) opnieuw.
  V. DALE [1950 ].
— Dadelijk na de begravenis trouwen we ouvernieuw, nietwaor graof?   C. VETH, Prikkel-Idyllen 7, 98 [1915].
Hij vroeg overnieuw om te schieten,   HERMAN DE MAN, Stoomb. 58 [1933].
Overnieuw beginnen kan niet meer,   BASTET, Lava 158 [1963].
Overproductiviteit, te groote productiviteit.
Als voorbeelden van overproductiviteit van suffixen in onze tijd mogen gelden -ling en in mindere mate -(n)aar,   SCHÖNFELD4 179 [1947].
Overrecht, rechtspraak, jurisdictie van een hoogere rechtbank (?). Alleen in oost. dial. en sinds lang veroud. Vgl. ook lankrecht (Dl. VIII, 1058).
De olderman van een schyp tho Hoerhusen angeslagen myt 30 tonne solte vissch ende aldaer ghebarget ende Johan Tyainghe off Tyama, to Hoerhusen wonachtich, die dat guedt mede gebarget hadde, den erbaren Raedt anghedraghen ende mede dorch den olderman voerghegeven, dewijle de goederen muchten verplucket worden ende aldaer geen overrecht en weer, off he aldaer een inhibitie solde senden, dan off des dorch den hoefftmannen solde ghescheen, angeseen dat schyp ant landt ende niet up den stroem leghe,   ALTING, Diarium 7 [1553].
Soo oock die Richter (duerende syn Eedt) aflyvich worde, sal van stonden aen in zijn stede treden die Lanckrechter ofte Overrichter, ende bedienen dat Recht …, doch soo die Richter naliete Erfghenamen bequaem daer toe wesende, moghen zy dat Lanckrecht oft Overrecht voorcomen,   Landtr. v.d. Ommel. A iv v° [1601].
Gerechticheyden vnde Heerlickheyden, dat sint nah desen Landtrechte, Redgerrechten, Lanckrechten ofte Overrechten, Grietmansrechten, Buerrechten, Sylrechten, Dyckrechten, vnde dergelycken,   Landtr. v. Huns. enz. 67 [1603].
Overschakelen (zie ald.).
Overstraling, overmatige (licht)straling.
Wit papier reflecteert veel licht, vraagt dus een kleine opening om overstraling tegen te gaan,   V. HUFFEL, Graph. Werkw. 22 [1926].
Meestal moeten wij de diverse lampjes van ons emplacement een beetje temperen, opdat wij geen overstraling krijgen van brandende lichtpunten,   Tussen de Rails 6, 11, 48 b [1958].
Overtikken.
  V. DALE [1950 ].
— Daarna was het wachten op het overtikken van de definitieve voorwaarden,   Onderdr. en Verzet 1, 210 [1949].
Omdat het overtikken zowel als het doorgeven in het algemeen geschiedde door jeugdige personen, scholieren en kantoormeisjes,   Onderdr. en Verzet 2, 552 [1950].
Overtoogd, (bouwk.) overdekt met één of meerdere segmentbogen.
Die fraaie, overtoogde, kelders,   Bull. Oudh. Bond 1909, 24.
Aan de buitenzijde is de halfrond overtoogde poort afgezet met hardsteenblokken,   Ned. Mon. 5, 2, 10 [1937].
De eenige, uitwendig rondbogig en inwendig segmentvormig overtoogde ingang in den ouden westelijken kerkmuur is toegankelijk via den aanbouw,   Ned. Mon. 6, 1, 194 [1940].
Overtrainen, in overdreven mate en met nadeelige gevolgen trainen. In de 2de aanh. het volt. deelw. overtraind gebruikt als bnw.
Bij training zonder systeem, wordt er spoedig overtraind, hetgeen zeer schadelijk is voor het hart en de longen,   Marineblad 21, 1, 255 [1907].
Hetzelfde verschijnsel is ook bij overtrainde renpaarden bekend,   Praev. Geneesk. 1, 686 [1936].
Overtransporteeren.
1°. Overdragen; overgeven. Veroud.
Ende is door onse vertreck van Dirck van Leuwen het voors. accoort in handen van Pieter Isacksen overgetransporteert,   in DE JONGE, Opk. 3, 283 [1608].
Dat niemand na desen eenige erven, thuynen ofte landen buyten d'muren deser Stad sal mogen verkopen off aen een ander wettig over transporteren, tensy enz.,   N.-I. Plakaatb. 3, 168 [1685].
Ik onder getekent Bekenne dat het volkomelijk met meijn toe stimme is dat Peterus Janse de gewesene plaats van mejn laat over transputeren, genaa(m)pt ”de paarde drift”, gelegen tussen de olivants rievier in de kougas berg, met conditie dat heij de agter stallige recognigie moet aan de Edele compagyie moet voldoen,   Kaapse Taalarg. 3, 10 [1785].
2°. Transporteeren; vervoeren. Veroud.
Doe sy gereet waaren syn sy omtrent 11 uuren na delfshaaven gevaaren. Soo ver moesten de schippers haar brengen. Dan soude zy alle over getransporteert worde in scheepen om soo de mars in allerhaast voor te setten na den Oudenbos,   in Leidsch Jaarb. 13, 110 [1748].
Overtypen.
Overtypen, overtikken,   V. DALE [1976].
— Omdat dat mensch er bij het overtypen in het net tòch al van alles aan had veranderd, met massa's onnoodige punten en komma's,   V. EYK, Int. Revue 260 [1936].
Kantoren met een gedeeltelijk intermediaire taak, zoals advocatenkantoren, waar dagelijks afschriften van ontvangen stukken worden overgetypt ten behoeve van cliënten, zouden veel meer dan thans gebruik kunnen maken van moderne bureaugrafische hulpmiddelen,   Reproductie- en Druktechn. v. Kantoorgebr. 429 [1957].
Overvloeding, bij het wadloopen: oponthoud op een hooger gelegen plaats bij vloed, in afwachting van laag water. Mog. gevormd naar analogie van woorden als overwintering, overnachting.
Het is voorgekomen, dat een groep wadlopers tijdens de `overvloeding' een grote motorboot langszij hadden liggen, die hun voorzag van gebraden kippetjes en die het overbodig geworden materiaal aan boord nam,   ABRAHAMSE e.a., Waddenboek 14 [1964].
Hier komt men dan voor de noodzaak van een overvloeding te staan, wat op een hoge bank ten zuiden van de Ketel plaats kan vinden,   ABRAHAMSE e.a., Waddenboek 31 [1964].
Overwaardeeren.
Overwaarderen, te hoog waarderen,   V. DALE [1976].
— Velen waren trage ijveraars, traag tot de werken, ”daar de eere Gods en de minne des naasten in gelegen is,” maar ijverig in het zoeken en overwaarderen van inwendige bewegingen des gemoeds,   MOLL, Joh. Brugman 1, 56 [1854].
Niet omdat Mannheim de utopie, als gebruikelijk, onder-waardeert, maar omdat hij haar, het doel voorbijschietend, over-waardeert,   POLAK in Soc. Leven 927 [1955].
Vandaar: overwaardeering.
  V. DALE [1976].
— De christen, die hoofd en hart beiden onder den invloed des Evangelies heeft gegeven, kan geen gunstig oordeel spreken over dat drijven van eene rigoristische onthouding, die overwaardering eener uitwendige ascese, waardoor het ”raakt niet, smaakt niet,” van het oude Pharizeëndom wederom op den troon kwam,   MOLL, Joh. Brugman 1, 54 [1854].
De plattelandsbevolking wordt gekenmerkt door een overwaardering van de handenarbeid,   BANNING, Maatschappij-probl. 178 [1955].
Overzuren.
1°. Te zuur maken. Sinds lang veroud.
Dat een vuyligheyt, ofte dreck, die in de maege tegen behoorte gelegen hebbende, en oversuert door zijnder stoffen boosheydt, souden doen versieren de melancolie, en dat desen dreck soude wesen een van de vier sappen onser gestaltenisse,   V. HELMONT, Dageraad 58 [ed. 1660].
2°. (Scheik.) M. betr. t. verbindingen: een grootere dosis zuurstof (doen) bevatten dan voor de verbinding normaal is. Vaak in den vorm van het als bnw. gebruikte volt. deelw. overzuurd.
De overhoeveelheid zuurstoffe, (Oxygene) waarmede zich de Kwik in deeze oplossing vindt belaaden, overzuurt (suroxygene) het zeezoutzuur,   KASTELEIJN, Chem. Oef. 2, 465 [1793].
Het salpeterzuur-zilver, het azijnzuur-lood, en het zoogenaamd overzuurd zoutzuurgas vertoonen gezwaveld waterstofgas,   Nat. Verh. Holl. Maatsch. Wet. 7, 2, 46 [1814].
Het (t.w. goud) wordt in geene zuren opgelost, maar alleen in zoutstof (chlorine), van ouds genoemd Koningswater, en overzuurd zoutzuur,   CAMPAGNE, Droog. en Apoth. 38 [1831].
Overzwank, overvloeiing; overstrooming. Alleen aangetroffen in mystieke bronnen. Sinds lang veroud. Reeds mnl. (zie Mnl. Handwdb., Suppl. 245).
So coemt haer (t.w. de ziel) te hulpe, die vader met dat godlike licht ende trect de siele in die godheyt daer heeft die onghescapen god ghescapentheyt in hem getoghen Ende als der sielen dit geschiet so ouerstort hi (t.w. Jezus) al die crachten der sielen, ende doorclaert alle haer gebeenten ende merch ende voertse in dye eeninge daer warachtich god is. So doet hy haer een ouerswanc,   Euang. Peerle o v r° [1537].
Daer doet hi der sielen een ouerswanc in die rijcheyt zijnre vruechden ende oueruloedicheit zijnre weelden, ende schenct haer wter fonteynen gront den dranc des leuens,   Tempel o. Sielen S iv r° [1543].
Overzwanken, (doen) overstroomen; (doen) overvloeien. Alleen aangetroffen in mystieke bronnen en sinds lang veroud. Reeds mnl. in den vorm overswangen.
Hier wort onsen geest verheuen ende ingeleit met den geest Christi inden berch der godheit, ende hi coemt weder in zijn aerde, ende wort ontfangen in sinen oorspronc, ende omhelst ende omuangen vander heyliger drieuuldicheyt. Daer wort die geest ouergeswanct in dat ouerweselijcke goet, in een licht der waerheyt ende geuesticht voor dat aensicht des Heeren,   Euang. Peerle A vi v° [1537].
Ende al ist dat wij weten ende gelouen dat God in ons is, dat en is nyet genoech, ten si dat wij vlieten wt liefden weder in hem, ende ouerswancken onsen gheest in dat godlijcke wesen, ende maken onse woninge inden geest, ende onse wandelinge inden inwendigen hemel,   Euang. Peerle o v v° [1537].
Al voorbi-gaende dient hise met ouerswankende licht,   Tempel o. Sielen Q iv r° [1543].
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1906.