Koppelingen:
Vorig artikel: PROMOVENDUS Volgend artikel: PROMPTE
Etymologie: EWN
GTB Woordenboeken: MNW

PROMPT

Woordsoort: bnw., bw.

Modern lemma: prompt

bnw. en bijw. Daarnaast ook promt en pront (zie ald.), een enkele maal promp. Voor de gewestelijke verbreiding van de verschillende vormen zie DE BO [1873]. Niet in het Mnl. Wdb., wél echter promptelicke (a°. 1490). Uit ofr. prompt (een ontleening aan lat. promptus, vooruitgedreven), met Nederlandsche uitspraak volgens het schriftbeeld en blijkbaar ook onder directen invloed van lat. promptus.
Prompt ende comt, syn alzulck bekent, Ghelijck prince: ontghintse: ionste ende ronste: Tes al rurael dicht als dijncket den boeren gent, Latet varen en volghd de rechte conste,   DE CASTELEIN, Const v. Rhetor. 42 [1548].
+A.  Bnw.
+B.  Bijw.
Afl.Promptheid, (de eigenschap van) het prompt zijn.
Promptheid, promptitude,   V. MOOCK.
— De promptheid in het betalen wordt zeker ook ten zeerste bevorderd door het feit, dat de annuïteiten laag zijn in vergelijking met de pachtwaarde,   Versl. Landb. 1909, 3, 120.
Promptigheid, bereidwilligheid, gehoorzaamheid.
De promptigheit der gene die verlatende haer netten, zyn gevolgd Christus,   H. HARTS bij DE BO [1873].
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1942.