Koppelingen:
Vorig artikel: SEFREIN Volgend artikel: SEGMENTAAL
Etymologie: EWN

SEGMENT

Woordsoort: znw.(o.)

Modern lemma: segment

znw. onz. Ontleend aan lat. segmentum.
1.  Deel van een cirkelomtrek, kleiner dan 180°; deel van een cirkel begrend door een boog van minder dan 180° en een koorde.
De gelijkvormige segmenten staan tot elkander in dezelfde reden, als de vierkanten, [die] op derzelver koorden beschreven zijn,   DE GELDER, Beg. d. Meetk. 152.
De koorden, AB, BC, CD, DE en EF … onderspannen overal gelijke bogen en bepalen gelijke segmenten,   164.
2.  Deel van een bol begrensd door een grooten of kleinen cirkel en een deel van het oppervlak.
Het bolvormig segment, hetwelk door omwenteling van den kleineren boog QR ontstaat,   DE GELDER, Beg. d. Meetk. 372.
3.  Voorwerp van den vorm van een zoodanig deel van een bol of cirkel.
Terwijl we uit het voor ons staande segment eener matelooze Chesterkaas, een hompje uitgroeven,   VISSERING, Herinn. 1, 12.
Tegen deze borst wordt een eerste, tot segmenten gesneden, ijzeren ring gelegd,   HAAKMAN, Zee-art. 2, 124 [1871].
De assen der vijf hefboomen zijn verbonden met de segmenten 1 t/m 5 van de verdeelde schijf,   EMMERIK, Telegr. 103.
4.  Deel van het dierlijk lichaam of van een plant, zooals er verscheidene regelmatig op elkaar volgen.
Het lichaam der insecten laat drie hoofdafdeelingen onderscheiden: kop, borststuk en achterlijf. Aan elk dezer is meer of minder duidelijk te zien, dat zij uit onderafdeelingen, segmenten, is opgebouwd,   OUDEMANS, Insecten 36 [1905].
Het eerste segment van het abdomen treedt somwijlen in nauwe betrekking tot den metathorax en dan begint het achterlijf schijnbaar met zijn tweede segment,   63.
De ongelijke passieve rekking van het onderste segment 4 (van de baarmoeder),   TREUB, Verlosk. 521.
De prikkel, die langs eene enkele toevoerende vezel het ruggemerg bereikt, moet op een groot aantal motorische cellen, die in meerdere segmenten geplaatst zijn, worden overgedragen,   V. D. BROEK e. a., Ontleedk. 62.
Hoe men het lichaam van den mensch … opgebouwd kan denken uit een aantal, regelmatig op elkaar volgende en in hunne samenstelling overeenkomende deelen, segmenten,   4, 146.
Elke wervel is opgebouwd uit de helften van twee opvolgende segmenten, in elk segment bevindt zich ééne rib,   Ald.
Samenst. — Als eerste lid in Segmentboog, in de bouwkunde boog die een cirkelsegment omvat, toog (”Fig. 4 … I is een halfcirkelboog, II een segmentboogenz., V.D. KLOES, Mets. 5 [1908]; ”De benedenverdieping had drie segmentbogen, in één waarvan een driepasboogje” N. Rott. Cour. v. 29 Mei 1926, Avondb¹. C)
Segmentgranaat, granaat met ijzeren segmenten gevuld (”Bij segmentgranaten van 23 dm. liggen 2 ringen van segmenten rond elkander”, HAAKMAN, Zee-art. 2, 124 [1871]).
— Als tweede lid o.a. in Baarmoedersegment (”Het onderste baarmoedersegment kan sterk gerekt worden, lang voordat er volkomen ontsluiting is”, TREUB, Verlosk. 513)
bolsegment
cirkelsegment (”Een cirkel-segment A K C, hetwelk geheel aan dezelfde zijde van de middellijn A B van eenen cirkel gelegen is”, DE GELDER, Beg. d. Meetk. 384)
lichaamssegment (”Van de dertien lichaamssegmenten dragen de drie thoracale een paar pooten, OUDEMANS, Insecten 327 [1905])
ruggemergsegment (V. D. BROEK, Ontleedk. 4, 53).
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1926.