Koppelingen:
Vorig artikel: STAPPANS Volgend artikel: STAPPER
Etymologie: EWN
GTB Woordenboeken: MNW

STAPPEN

Woordsoort: ww.(st.,trans.,zw.,intr.)

Modern lemma: stappen

onz. en bedr. zw. (voorheen st.) ww. Mnl. stappen (verl. t. stiep voor *stoep; ook stappede), steppen; mnd. stappen, os. *stappan, *steppian, *stapan; ohd. stapfôn, stepfen, mhd., nhd. stapfen; ofri. steppa, stapa; ags. stæppan, steppan, eng. step. Er schijnen oudtijds drie praesensstammen te zijn geweest: één zonder suffix (os. *stapan, verl. t. stôp; ofri. stapa; verg. ook Stapel (I) en (II))), één met een (ook in de nominale woordvorming voorkomend) n-suffix (ags. stæppan, os. *stappan, mnd., mnl. stappen) en één met een j-suffix (ags. steppan, ofri. steppa, os. *steppian, mnl. steppen; ook waarschijnlijk ohd. stepfen); ohd. stapfôn moet een denominativum zijn.
+I.  Onz.
II.  Bedr. In Z.-Nederl.: stappend meten; hetzelfde als in N.-Nederl. afstappen in de bet. II, A, 2) en afpassen in de bet. I, 1).
Iet stappen, het stappend meten, het afstappen,   TEIRL.
— Willeme da' land ne keer stappen?   Ald.
Afl. Stapper
bestappen (zie die woorden). — Verder:
Stapping.
Stappenge, het stappen,   TEIRL.
— Men doet het zelve (t.w. het paard), opgestaan zynde, eenige minuten zagtjes stappen. … Wyders onderhoud men dagelyks eene herhaalde stapping, tot dat de Wonde geneezen is,   BERKHEY, N.H. 4, 1, 67 [1779].
Stapsel, overstap. In Z.-Nederl.
Stapsel en stepsel. Eene houten of steenen afsluiting van omtrent twee voet hoog, staande in eenen engen door- of ingang, zoodanig dat er de menschen kunnen over stappen, maar dat er geene ossen, peerden, zwijnen, enz. langs daar weg kunnen,   DE BO [1873].
Stapster, vrouw die stapt, in 't bijzonder: die flink stapt, met groote passen loopt enz.
Stapsterpiétonne, bonne piétonne,   V. MOOCK.
Samenst. afl. Stapvoeten, stapvoets (zie die woorden).
Samenst. Als eerste lid. In de bet. 1) of 2).
Stapmaat, maat waarop men stapt. In Z.-Nederl.
Gevraagd wordt een lied in den volkstrant, in stapmaat geschreven,   Het Volksbelang v. 15 April 1919.
Stapmarsch, marsch waarop men stapt. In Z.-Nederl.
Het gebrek aan gemakkelyke en schoone Vlaamsche stapmarschen is sinds lang erkend,   Het Volksbelang v. 11 Juni 1910.
Stapvogel, gewoonlijk in 't mv. Stapvogels als benaming eener orde van vogels, lat. Gressores (ALBARDA, Ned. Vogels 64 [1897]).
Stapvogels, Gressores, een orde der vogels, met waadpooten. … Hals meestal lang. Leven op moerasachtige plaatsen, voeden zich met waterdieren. … Stappen langzaam met groote schreden. In ons land behooren hiertoe de reigers, de ooievaars, de lepelaars en de ibissen,   Oosthoek's Encyclop. 10, 13 b.
In de bet. 3).
Stapijzer, ijzer waarop men stapt om bij de bovenste planken van een boekenkast te kunnen komen.
(De) boekenkasten die 2.35 M. hoog zijn en voorzien van stapijzers en handvatten, waardoor geen ladders noodig zijn,   MOLHUYSEN, Univ.-Bibl. 62.
Stapsteen, een der steenen waarop men stapt, den voet zet op een modderigen weg. In Z.-Nederl.
Stapsteen, stepsteen. Een steen om op te stappen,   DE BO [1873].
— Langs modderige wegen liggen dikwijls, van schrede tot schrede, stukken arduin of ander steenen, waar de voetgangers op treden: dat zijn Stapsteenen,   DE BO [1873].
— Die leeden, dryven ofte jagen sal eenige beesten, het zy koeyen, kalvers, schapen, swijnen oft andere in voet-wegen ofte stapsteenen, sal boeten x. schel. par.,   Cost. v. Belle 83 b [1632]  (in Coustumes de Flandre 3, ed. VANDEN HANE).
So wie ryden sal met wagen, peerdt, oft peerden over de stap-steenen; sal boeten XXX. schell. par.,   Ald.
Stapweg, weg mer stapsteenen. In Z.Nederl.
Stapweg, stepweg. Een weg met stapsteenen voorzien,   DE BO [1873].
In de bet. 4).
Stapcadans.
Paarden beenen, die soms trippelend, soms in rustigen stapcadans de lijven voorwaarts doen bewegen,   HORA ADEMA, in Gids 1896, 4, 190.
— Als tweede lid. Aanstappen, afstappen, binnenstappen, doorstappen, heenstappen, instappen, misstappen, nastappen, nederstappen, omstappen, opstappen, overstappen, tegenstappen, terugstappen, toestappen, uitstappen, voorstappen, voortstappen, vooruitstappen, wegstappen (zie die woorden of bij het eerste lid).
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1930.