Koppelingen:
Vorig artikel: STIET Volgend artikel: STIFT II
Etymologie: EWN
GTB Woordenboeken: MNW

STIFTI

Woordsoort: znw.(v.,o.)

Modern lemma: stift

znw. vr., soms onz. Mnl. stift(e), mhd. stift, stëft, ndd., hd. stift; van denzelfden wortel als stijf. In het Ndl. is het woord waarsch. overgenomen uit het hd. of althans uit oostelijke tongvallen; KILIAAN vermeldt het niet, de Teuthonista wel (”Stifte. stilus.”).
+1.  Dun staafje van metaal of van een andere harde stof als gereedschap.
+2.  Uitstekend deel in den vorm van een dun, soms spits toeloopend staafje.
3.  Dun staafje dat als verbinding wordt aangebracht, zonder meer in het bijzonder tot een der verbonden zaken te behooren of dat als losse steun dienst doet.
De stiften, die tot geleiders der toetsen (van het orgel) dienen, slaat men in den voorsten dwarsbalk, en laat die een vierde duims meer uitsteeken, dan de dikte der planken,   Handw. 20, 22 [1804].
Bij 't gebruik van den draaistoel ligt de staaf waterpas en staan de koppen te lood. Door het bovenste gedeelte van elken kop loopt een cylindrische stift of pen, welke in de doorgaande uitholling van dit bovengedeelte verschuifbaar … is,   KUYPER, Technol. 1, 320.
Het stalen, houten, of papieren rek met stalen ziel …, wordt tusschen de stijlen bevestigd met stiften, pinnen, spieën enz.,   CUPERUS-DE LAIVE, Turnvakt. 20.
De voor gloeikousjes gebezigde stiften,   Tariefw. 1934, blz. 117.
+4.  Van een knop, een blad enz. voorzien staafje als sieraad.
5.  Al dan niet in een houder bevestigd pijpje, rolletje of buisje van of met een afgevende, uitwrijfbare of druppelende stof. Vooral in samenst.
Stift … Ook de korte staafjes potlood, die in potloodhouders worden gestoken,   ZWIERS [1920].
6.  Lichaamsdeel van sommige insecten.
Styli of stiften zijn ongelede, beweegbare, in paren aan den achterrand der sterniten staande aanhangsels. Zij komen slechts bij de lagere insectenorden voor,   OUDEMANS, Insecten 65 [1905].
Afl. Stiften, griffen, eenmaal aangetroffen (”Een yzeren Stiftje, waar in het merk van de Pypemaakerye of den naam van den Baas gestift is”, BERKHEY, N.H. 2, 356 [1770]).
Samenst. Als eerste lid in Stifttand (zie Dl. XVI, 890)
stiftfrees (”Stiftfreezen met conische stift, rechts of links snijdend, alsmeede voor T-groeven”, ZWIERS 1, 405 b [1917])
Stiftknoop (Tariefw. 1934, blz. 73).
Als tweede lid in: Angelstift, pastelstift, potloodstift, schoenstift, schrijfstift, slijpstift, smaakstift, snijstift, speelstift, speunstift (zie die woorden of het eerste lid)
contactstift, aan electrische apparaten (”In het contactsteentje (van de lamphouder) zijn twee contactblokjes met veerende contactstiften aangebracht”, BOLDING, Electr. Verl. 50)
jodiumstift, buisje met jodiumtinctuur, geschikt om er mede aan te stippen
kernstift, stift die de kern van een gietvorm op haar plaats helpt houden (”Om het doorbuigen van lange en het dompen van kromme kernen te beletten, zijn tusschensteunpunten noodig … tegen het opdrijven door het ijzer. Daartoe worden kernspijkers en kernstijften gebezigd … De kernstiften bestaan uit een plat of gebogen plaatje met aangeklonken stift, of uit twee door een stift vereenigde plaatjes”, V.D. KLOES, Bouwm. 5, 71 [1925])
lippenstift, stift om de lippen mede te kleuren
migrainestift, stift van een verkoelende stoftegen hoofdpijn
polijststift, o.a. bij het vervaardigen van pijpen (”Terwyl de Polyst-stift gestadig … door de regterhand en wel byzonder ook door den voorsten vinger, bewoogen word”, BERKHEY, N.H. 2, 356 [1770])
spijlstift, stift waarmede de snaren van een klavier worden gespannen (KUYPER, Technol. 1, 506)
tandstift, aan kunsttanden (”Dit vervelende gebrek in de tandstiften heeft mij in vier gevallen last en ongemak veroorzaakt”, in Tijdschr. v. Tandheelk. 1896, 106).
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1937.