Koppelingen:
Vorig artikel: TIPTOP I Volgend artikel: TIRADE

TIPTOPII

Woordsoort: znw.

Modern lemma: tiptop

znw. mv. -pen.
Het gesubstantiveerde Tiptop (I) metonymisch gebezigd als benaming voor zekere fotografische ateliers (waarvan het eerste in de Kalverstraat te Amsterdam was gevestigd) die met het reclamewoord tiptop hun snel vervaardigde pasfoto's aanprezen, en voorts van deze portretjes en van vergrootingen er van zelve.
Pop zei nog, dat we de foto's wel zouden halen … Toen zijn we nog naar een tip-top gerend, waar Connie op de punt van een tafel geklommen is,   V. MARXVELDT, J. ter Heul 1, 118 [1919].
Ik ben benieuwd, hoe ons portret wordt. Connie haar tip-top is wat aardig,   1, 124.
Afl. Tiptoppen.
't Speet ons erg, dat we ons allemaal niet hadden laten tiptoppen,   V. MARXVELDT, a.w. 1, 118.
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1942.