Koppelingen:
Vorig artikel: TURBOT Volgend artikel: TURBULENTIE
Etymologie: EWN

TURBULENT

Woordsoort: bnw., bw.

Modern lemma: turbulent

bnw., zelden bijw. Mnl. turbulent (eind 15de e.; zie Ts. 90, 292). Uit lat. turbulantus of uit fr. (evt. eng. of hd.) turbulent. De vorm troubelent (Bijdr. Gesch. Haarlem 13, 401 [1570])) berust op contaminatie met troebel (zie ald., het 2de art.); vgl. ook TURBATOIR en TURBEL (II).
+1.  M. betr. t. personen, hun verrichtingen, ervaringen en omstandigheden: onrustig, vol beroering en/of verwarring, onstuimig, soms bep.: rumoerig.
Turbulent, beroert,   V. MUSSEM [1553].
Turbulent, vol kijuens, twists, onrusten ende gheruchts,   V. D. WERVE [1553].
Turbulent, onstuymigh,   Woorden-Schat [Haarlem, 1650].
Turbulent, beroert, vergramt, verstoort, onstuymig,   KOERBAGH, Bloemh. [1668].
Turbulent, onrustig, onstuimig, stormend, woelig, woelziek,   WEIL., Kunstwdb. [1824].
Turbulent, woelig, onrustig,   V. DALE [1872].
— Had inden nacht turbulente droomen, voelde daernaer aen mijn pols dat koortse had,   C. HUYGENS Jr., Journ. 1, 10 [1688].
Niet meer de stille ingekeerde Windesheimer, doch in de dikwijls turbulente situaties gevormd tot een gewiekst en zakelijk prelaat,   V. D. WOUDE, Busch 138 [1947].
De moed van mijn broeder Georges, die … de armen vóór de borst, onverstoorbaar bleef als stond hij vóór een klas turbulente schoolrakkers,   BRULEZ, Pakt 137 [1950].
Dit is het teken, dat dèze turbulente cultuur geen werkelijke stabiliteit heeft,   DIPPEL in Wending 7, 721 [1953].
Turbulente drinkpartijen die onherroepelijk leiden tot het bezoeken van kleine, schemerige etablissementen,   CARMIGGELT in Parool 9 Dec. 1959.
Het turbulente Chicago van een kleine veertig jaar geleden,   Avenue Sept. 1966, 112 b.
2.  Gezegd van den tijd of m. betr. t. een periode.
Met alle desen turbulenten tijt zoo faelgierde de devocie zeere in der keercken,   V. VAERNEWIJCK, Ber. T. 2, 50 [1566].
Dat hy … geduerende deese turbulenten tyt, dickmaels Vivez les Geulx geroepen ende oick gesongen heeft,   in MARCUS, Sentent. 320 [1568].
Dat hy … geleden omtrent zeven ofte acht jaeren geweest es Pastoor van Schaegen, alwaer hy in de lest voorleeden troubelenten tijt, gepredict hebbende met zyn Choercleet, nae 't Sermoen, 't selve Choorcleet op den Outaer nedergeleyt heeft,   in Bijdr. Gesch. Haarlem 13, 401 [1570].
Op dese turbulente tijt, omdat nu geen toegang tot de kerck is, soo geschiet de inleydinghe (van den nieuwen pastoor) in een van de huysen des Begijnhoffs daer de kerck gehouden wert,   bij ALLAN, Haarlem 2, 613 [1615].
Door een zekeren Floris, een schoenmaker van zijn vak, die geboortig was uit Wijk aan Zee, (was) in den turbulenten tijd binnen Beverwijk school gehouden,   Haarl. Bijdr. 60, 312 [1948].
Graaf Teleki, een bijzonder bescheiden man, die in de turbulente komende jaren minister-president van Hongarije zou worden,   Tijd 28 Juli 1962.
+3.  Gezegd m. betr. t. de atmosfeer, het water, of gassen en vloeistoffen in het alg.
Alsoo die Zee zeer turbulent ende hert was …, soo gheschiede dat int wtgaen de vlote met hen lieden om sloech,   DE ZARATE, Hist. v. Peru 19 a  (ed. 1598).
Beke …, krachtighe, overloopende, turbulente enz.,   SMYTERS, Epith. C 2 r° [1620].
Tempeest …, vervaerlyck, turbulent, overlastich enz.,   X 8 v° [1620].
4.  Turbulente brander, ”brander voor poederkool, die wervelingen in de aangevoerde brandstof en daardoor betere warmtetransmissie tot stand brengt” (Wdl. C.T.T. N 5013 (Brandstoffen en Ketels), blz. 18 [1954])).
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1974.