Koppelingen:
Vorig artikel: VERSCHIETEND Volgend artikel: VERSCHIJNEND
GTB Woordenboeken: MNW

VERSCHIJNEN

Woordsoort: ww.(trans.,refl.,st.,intr.)

Modern lemma: verschijnen

onz., zelden bedr. en wederk. st. ww. Mnl. verschinen. Van schijnen met ver- (V).
+1.  (Onz.) Van pers. en zaken: in het zicht (van iem.) komen, zichtbaar worden; zich aan het oog (van iem.) voordoen; zich laten zien, zich vertoonen; ook: te voorschijn komen; en in daarbij aansl. gebruik.
+2.  (Onz., zelden wederk.) Van pers., minder frequent van zaken: in eigen persoon c.q. in concreten vorm (op of naar een bep. plaats) komen (opdagen); zich vervoegen (bij iem.).
3.  (Onz.) Van ambten en leenen: onbezet raken, vacant worden; ter vervulling staan voor den rechthebbende. Sinds lang veroud.
Dat alle te saemen ende onverscheyden tot een onversterffelijck leen te verheergewaerden, soe dickwils als het vallen ende verschynen zal,   R.G.P. 80, 345 [1597].
Ende ter zelfder tyt verscheen een Abdie en een Dekenie tot des Keysers gifte,   V. MIERIS bij OUDEMANS 7, 470 [1740].
+4.  (Onz.) Van (periodiek) te betalen bedragen, zooals huur, rente, loon e.d.: (op of voor een contractueel vastgelegd tijdstip) betaald moeten worden of zijn; betaalbaar zijn, vervallen.
Item betaelt meester Wijcher apteker sijn pensie op paesschen verschenen fct. xxii .,   Kameraarsrek. Kampen 3 [1515].
De besette penninghen, die verschenen ende onbetaelt sijn ende noch verschynen zullen,   Kenningb. Leiden 193 [1567].
Een lossrente van vier hondert gulden tsjaers, verschynende d'eene helft Johannis ende d'ander helfft Kersavondt,   R.G.P. 80, 236 [1592].
Hoe quaet ist huyendsdaaghs geld uyt de luy te krygen! … Huysman komtet jou te pas, Dat gelt nou te geven, dat over Jaar al verschenen was?   BREDERO 1, 227 [1612].
Alle de huur … soo verschenen als noch te verschijnen moeten betaelt werden bij de tweede compt.,   in KLEERKOOPER en V. STOCKUM, Boekh. Amst. 1284 [1686].
De betaling (van een pachtsom) geschiedt gewoonlijk in twee gelijke half jaarlijksche termijnen, verschijnende in Mei en November,   Onderz. Landb. 1886, 18, 20 [1890].
5.  (Onz.) Van zaken waarop men recht heeft: in- of opvorderbaar worden. Sinds lang veroud.
Dat alle de coopluyden … die ons eenighen thol … sculdich zullen zijn van hueren goeden, ons … die betalen … zullen op zulcke verbuernisse ende boete, als ons van onser heerlicheit weghen an yemande verschynen zullen,   R.G.P. 70, 284 [1514].
Sullen genieten van degeene, die haer te werck sullen stellen, voor haer ontfangen ende betalen, van de hondert guldens twee stuyvers, twelck haer zal verschenen zijn, zoo haest zij ordre, assignatie offte wisselbrieven van haer meesters om te ontfangen zullen hebben becomen,   59, 49 [1621].
Wy (Christenen) weten ons waer-henen, Ons toe-pad, en ons recht, dat over langh verschenen, Gereet staet te voldoen, ons recht ter heerlickheit Van 's Vaders erffenis, en eewigh' eewigheit,   HUYGENS 1, 261 [1647].
6.  (Onz.) Van stoffelijke en onstoffelijke zaken (omstandigheden, lotgevallen, impulsen e.d.): (iem.) ten deel vallen, (iemands) deel worden; te beurt vallen. W.g. en sinds lang veroud.
Dat de zoutmethers gehouden zullen wesen … den overluyden van den binnelants(vaerders) an te brenghen, hoeveele zouts zy … gemethen hebben, opdat d'overluyden mogen weten, hoeveele hem verscheenen is van de zoutmathe, die zy daervooren schuldich zijn te onderhouden,   R.G.P. 69, 41 [1522].
Al es my haren troost by Zulcken verschenen, Vvat hebbick, laes! keerd zu my gheenen caud,   DE CASTELEIN, Const v. Rhetor. 139 [1548].
Dat C. 's … dochtertjen … op de moeder verzocht hadt, de koeken, die, nae zijn overlijden … den bujrkinderen zouden verscheenen zijn, by zijn leven ujt te deilen,   HOOFT, Br. 2, 377 [1634].
(Diana) is gewoon dat ik mijn leven, Vreugd, en vryheid haer opdraeg. Ook zoo zal't 'er wonder geven, Dat ik niet eens koom, en klaeg Van al't geen my is verschenen,   TENGNAGEL, Amst. Lindebl. A 4 r° [1640].
+7.  (Onz.) Van pers. en zaken: weggaan, verdwijnen; ook: sterven. Vnl. in vl. -belgische bronnen aangetroffen; vgl. echter Mnl. W. 8, 2366.
8.  (Bedr.) Licht doen vallen op —, verlichten. (Onz.) Licht verspreiden, schijnen. W.g.
Op dat hi (de Allerhoogste) dien soude verschijnen die dair sitten in duisternisse ende scaduwe des doots,   Bijbel v. Liesveldt, Luc. 1 G [1526].
Daar saachdy allereerst, … Katrijne! Het helder Hemels licht, in u ghesicht verschijne,   BREDERO 2, 35 [1615].
+9.  (Onz.) Van tijdsspannes, termijnen e.d.: verstrijken, afloopen; veelal weer te geven door: voorbij, om zijn. Nog gewest. in gebr.
Dat men hem niet en maendt (tot betaling van een som gelds over drie jaar) voordat de drie jaer verscheenen zijn …, dan mach hij dat al tsamen betaelen,   M. V. REIGERSB., Br. 186 [1630].
De tijd, die ik tot dit bedrijf bestelt had, is verscheenen,   ZOET, Viverius' Wint. Av. 318 [ed. 1650].
Eer het jaar verscheen, Was die koezyn bankrot,   ROTGANS, Poezy 678 [1708].
De vraege, of't voorgaande uur verscheenen is, als de klokken beginnen te spelen met het praeludie, of alsdan wanneer d' uur klok slaet?   FISCHER, Klokken 3 [1738].
Dat sy niet en vermogen te trouwen, 't en zy naer dat den termyn hunder Belofte zal verschenen zyn,   Proces Quesels 24 [1766].
E jaar is gauw verschenen,   CORN.-VERVL., Aanh. [1906].
+10.  (Onz.) Van momenten in den tijd (dagen, uren e.d.): aan de orde zijn, aanbreken, zich voordoen.
+11.  (Onz.) Door de straling van de zon, of soms van een andere licht- of warmtebron, aangetast worden, in qualiteit afnemen, verslechteren. (Bedr.) Van de zon: door haar straling bederven. Veroud., maar nog gewest. aangetroffen.
+12.  (Onz.) In aansl. bij de bet. 1), van boeken, tijdschriften, kranten e.d.: in de openbaarheid gebracht worden; gepubliceerd worden, uitkomen.
Titsingh wil absoluut dat zijn werk in zijne moedertaal het eerst verschijne,   FALCK, Br. 117 [1800].
(Vondel) liet zijnen Palamedes in den herfst van het jaar 1625 … verschijnen,   DE BEAUFORT, Geschiedk. Opst. 1, 40 [1887].
Onlangs is verschenen een rapport omtrent de visscherij in Engeland,   Havenbode 31 Jan. 1906, 2 c [1906].
De avondkranten verschenen gebrekkig,   ROBBERS, Gel. Fam. 47 [1909].
Dat het tijdschrift "Volkskunde" eerstdaags opnieuw verschijnen gaat,   Uit een brief [1920].
Afl. — Verschijn. 1°. Aandeel. Eenmaal aangetroffen.
Compt yemant ende begeert van sytval te ontfangen syn verscheyn …, dat sal men hem verleenen,   in STALLAERT 3, 575 [16de e.].
2°. Komst; het in het zicht komen.
Of nu den nieuwen gouverneur … op sijn verschijn aldaar door een goed regiment de generale negotie sal doen aanwackeren, moet den tijd … openbaaren,   voor KETELAAR, Journ. 64 [1711].
Heel gek syn, die sich stooren Aen 't verschyn van ons gestel; Wy en syn noch vreed noch fel,   V. DAELE, Tydv. 33, 6 [1806].
Verschijnbaar, geschikt om uit te komen, geschikt voor publicatie.
Drukproeven … die vier- of vijf-maal verdrukt moesten worden, eer men er de veranderingen in had, die het verschijnbaar konden maken,   BILD., Gesch. d. Vad. 2, 156 [c. 1820].
Verschijner, comparant.
Comparitor, of comparens, verschijner, vertoonder, die op een plaats verschijnt of komt daar hy iets doen moet, of iets te doen heeft,   KOERBAGH, Wdb. Regten 263 [1664].
  MARIN [1793].
  HEREMANS [1869].
Verschijning, verschijnsel (zie die woorden).
Samenst. — Verschijnborgtocht, onder borgtocht gegeven verzekering om op een bep. dag als gedaagde in rechte te zullen verschijnen. Eenmaal aangetroffen.
Vadimonium, verschijn borgtogt,   KOERBAGH, Wdb. Regten 343 [1664].
Verschijndag.
1°. Vastgestelde dag waarop renten, schulden, boetes e.d. (uit)betaald moeten worden; vervaldag.
Verschijndach, vervaldag,   Mnl. Handwdb., Suppl. [1538].
  V. DALE [1872 ].
— Ick (hebbe) hemluyden … belast, soe verre sy betalen by twee maenden, nae elcken verschijndach, dat men hemluyden alsdan op't geers een gulden zal schencken,   V. OLDENBARNEVELT 1, 339 [1596].
In ghevalle den Kooper ten verschijn-dage vande betalinge in ghebreecke mochte wesen sijn beloofde Koop-penningen aen den Verkooper promptelijck te voldoen, sal den Verkooper vermogen enz.,   Gr. Placaetb. 1, 557 [1623].
't Bevreemde hem (den Prins van Oranje) grootelyx, wie 't krysvolk in de gewoonte gebraght moght' hebben, van ten juisten verschyndaaghe hunne soldye te eischen,   HOOFT, N.H. 329 [1642].
Dat een Grossier … een Jaar in gebreken zynde zyn Gilde-Geld te betaalen, dezelve zes Maanden na de Verschyndag tot die betaalinge zal worden aangemaant,   Keuren v. Haerlem 2, Verv. 61 b [1759].
De verschijndagen der Huuren van de selve Locaalen zyn eeven als gewoonlyk 1° Mei en 1° November,   in KOSSMANN, Boekverk. 124 [1806].
Dat geldschieter en geldopnemer het recht hebben jaarlijks op den verschijndag der rente de hoofdsom opeischbaar en aflosbaar te doen worden door opzegging van een der partijen,   Onderz. Landb. 1886, 18, 26 [1890].
2°. Dag waarop men in rechte moet verschijnen. Uitsl. in wdb. aangetroffen.
  CALISCH [1864].
  V. DALE [1872 ].
  KOENEN [1911 ].
Verschijntijd.
1°. Tijd waarop renten e.d. (uit)betaald moeten worden.
Obligatien …, waar van door den Commis de interessen op zyn verschyntyd moeten worden betaald,   N. Ned. Jaarb. 1790, 1420 [1790].
2°. Termijn.
Dit (zekere operatie) wierd my toegestaan, mits noch eenen dag te wagten. Na dien verschyntyd vond ik dezen Jan niet beter,   Verh. Holl. Maatsch. Weet. 5, 564 [1760].
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1986.