Koppelingen:
Vorig artikel: WEDERVAREN II Volgend artikel: WEDERVERGELDING
GTB Woordenboeken: MNW

WEDERVARENIII

Woordsoort: ww.(intr.,st.)

Modern lemma: wedervaren

onz. st. ww. Van weder (III) en varen (IV). Met den klemtoon op weder.
—  Terugkeeren, terugvaren. W.g. Vooral aangetroffen in de wdb.; verder gewest. in Z.O.-Vl. In de litt. aanh. in een gen.-partit.-verb. in zelfst. gebr.
  SASBOUT [1576].
Weder-vaeren. Te rug vaeren. Retourner, s'en retourner,   DES ROCHES [1769].
  BENAU, Ned. en Fr. Wdb. [1809].
  TEIRL. 3, 295 b [1922].
— Nu tert ick Rhijn en Maze, En Dort en Loevestein; nu lijd ick dat men blaese Van Sparen en van Y, jae van de Noorder Zond, Daer niemand meer gevaers en wedervaerens vond, Als in mijn' volle Vliet,   HUYGENS 1, 372 [1651].
Afl. — Wedervaring, het terugvaren. In de aanh. in de verb. heen en wedervaring.
De Koopwaren (wierden) uit Asie gebragt in Egypten, daar die van Carthago … dezelve weghaalde, en vervoerde … na Europa, en de Waren uit Europa in Egypten … wederom gebragt wierden aan de Westzyde van Afrika … Ook zaten de Arabieren in deze heen en wedervaringe gansch niet stil, maar handelde ook sterk op Egypten en de Indien,   V. RANOUW, Kab. 7, 1, 99 [1722].
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1989.