Koppelingen:
Vorig artikel: WELDOEN Volgend artikel: WELEDEL
Etymologie: EWA

WELDRA

Woordsoort: bw.

Modern lemma: weldra

bijw. Uit wel (V) en dra. Niet in Mnl. W.
1.  Eerlang, binnenkort, spoedig.
  MARTIN [1829].
  V. DALE [1872 ].
— Mijn harte vol van pijnen Onsette my de komst vvs Dienaers lief vveldrae,   KOLM, Batt. Vriendensp. C 1 v° [1615].
Nu, wy komen weldra Buiten! Myn gevestigde smaak voor het Buitenleeven is u bekend,   WOLFF en DEKEN, Leev. 1, 249 [1784].
"Vaarwel dan," sprak Slatius, "weldra hoort gij meer;" hij liet daarop den bootsman de deur uit,   MULDER, J.F. 2, 86 [1857].
Geeft hun de regten en vrijheden die zij verlangen, en weldra zal dit vreemd genot duizende Joden uit andere landen lokken,   Gids 1875, 1, 145 [1875].
Ik zal weldra naar Onzen Lieven Heer gaan, bij mijn zuster en mijn broeder,   TIMMERMANS, Anna-Marie 11 [1921].
2.  In toep. op verleden voorvallen als toekomend beschouwd ten opzichte van daaraan voorafgaande gebeurtenissen: spoedig, na korten tijd.
Ik zag … dat myn Vreemdeling die opschriften zeer aandagtig beschouwde. … Weldra zag hy my aan, en zeide enz.,   WOLFF en DEKEN, Leev. 7, 225 [1785].
Lessen werd, in april van 1303, veroverd en afgebrand. Dit was geenzins van aerd om de bloedige vyandschap … te verminderen: eene andere oorzaek van haet ontstond weldra tusschen hen,   CONSC., Gesch. v. België 211 [1845].
Willem III was Stadhouder en toonde als kapitein-generaal weldra, dat ook in hem de heldenaard der Nassauers woonde,   VEEGENS, Hist. Stud. 1, 287 [1876].
"Ala k… jongens, … 't … 't zal tijd worden," hakkelde de boer. De laatst aangekomenen slokten en slorpten met haast de groote brokken en de lauwe koffie in, en weldra stonden allen klaar,   BUYSSE, Rozeke 1, 15 [1905].
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1990.