Koppelingen:
Vorig artikel: TEMPERATUUR II Volgend artikel: TEMPEREEREN
Etymologie: EWN

TEMPERATUURIII

Woordsoort: znw.(v.,o.)

Modern lemma: temperatuur

znw. vr. (ook wel onz. gebruikt), mv. -turen. Waarschijnlijk uit ital. temperatura of, in aanmerking genomen dat het woord hier te lande eerst in 't eind der 18de eeuw schijnt voor te komen, uit het daaraan ontleende hd. temperatur (ook in het Eng. komt temperature voor, maar zelden: het gewone woord is daar temperament uit fr. tempérament).
Wijze waarop men zekere muziekinstrumenten stemt, in 't bijzonder de verandering die men met een praktisch doel in de natuurlijke verhouding der intervallen aanbrengt. Men onderscheidt gelijk- en ongelijkzwevende temperatuur (hd. gleichschwebende, ungleichschwebende temp.). Zie verder de aanhalingen.
Het eerste werk, waar mede men het stemmen des Orgels begint, is het leggen der Temperatuur; hiertoe gebruikt men doorgaans de Præstant of het Octaaf 4 Voet,   Handw. 21, 298 [1805].
Het leggen der Temperatuur, waar bij men zig, ter ontdekking der onzuiverheid, van de Quinten kan bedienen,   Handw. 21, 301.
Vermits het onmogelijk is, een Orgel zoo te stemmen, dat het in alle toonen zuiver klinke, heeft men de Temperatuur uitgedagt, waar door het Orgel zoo gestemd wordt, dat de onzuiverheid, welke men toch niet vermijden kan, of in de minst gebruikelijke toonen gelegd, of over alle de toonen gelijkelijk verdeeld worde; in het eerste geval noemd men de Temperatuur Ongelijkzweevende, in het tweede gelijkzweevende,   Handw. 21, 305.
Anderen, meer houdende van het middelmaatige, willen liever in zommige toonen eene meerdere onzuiverheid dulden, om de anderen wat nader bij de zuiverheid te brengen …, waardoor de vier groote Tertzen C kruis F, F kruis B mol, G kruis c, en B e mol, iets van haare onzuiverheid verliezen,   Ald.
Hoe de Gemiddelde temperatuur gelegd wordt,   Handw. 21, 463 b.
Men kan dit (t. w.de ongelijkheid van de verhoudingen der verschillende geheele en halve tonen”) verhelpen door alle tusschenruimten een weinig te veranderen, zoodat zij onderling gelijk worden … Deze wijziging, welke thans algemeen gebruikelijk is, wordt de gelijkzwevende temperatuur genoemd,   BOSSCHA § 1139.
Temperatuur noemt men in de muziek de verandering der acoustisch zuivere toonverhoudingen, welke noodig is, om voor de instrumenten met vaste intonatie (zooals het klavier, het orgel en de blaasinstrumenten met kleppen en ventielen) een bruikbaar, tot een bepaald getal tonen beperkt toonstelsel vast te stellen,   VIOTTA, Lexicon d. Toonk. 3, 483.
Doordien men … een poging deed om de gebruikelijke toonsoorten zuiverder dan de verwijderde te maken en derhalve eenige der acoustisch zuivere verhoudingen behield, kwam men tot de zoogenaamde ongelijkzwevende temperatuur,   3, 484.
De acoustici (dachten) middelen uit … om een zoo zuiver mogelijke stemming voor alle toonsoorten te verkrijgen; dit doel bereikten zij door niet alleen enkele, maar alle van terts- of quintverhoudingen afhankelijke intervallen min of meer te wijzigen. Zoo ontstond de zoogenaamde gelijkzwevende temperatuur,   3, 485.
De gelijkzwevende temperatuur bewerkt een bemiddeling tusschen de verschillende intervallen met betrekking tot de verhouding der trillingen, zoodat er volstrekt geen onderscheid in de quinten, quarten, sexten, tertsen enz. kan heerschen,   Ald.
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1932.